< Terug  
   
 

Bestuursbulletin Jaargang 1

1998

Juli

Editienr.: 2

Verruiming fiscale kantineregeling voor (schiet)sportverenigingen
Staatssecretaris Vermeend van Financiën heeft onlangs bekend gemaakt dat de bestaande fiscale Kantineregeling vennootschapsbelasting voor sportclubs verruimd is. De oorspronkelijke regeling hield in dat (schiet)sportverenigingen niet belast worden voor de vennootschapsbelasting als de winst uit de kantine-exploitatie gebruikt wordt voor overige activiteiten van de vereniging. Voldoen (schiet)sportverenigingen aan de voorwaarden genoemd in de regeling en in koepelovereenkomsten die het Bedrijfschap Horeca & Catering met een groot aantal sportorganisaties (waaronder ook de KNSA) heeft afgesloten, dan gaat de fiscus ervan uit dat de kantineregeling op deze verenigingen van toepassing is. Exploiteert een vereniging de kantine uitsluitend met het oog op een bepaald winststreven, dan kan zij door de fiscus voor de vennootschapsbelasting worden aangeslagen. De verruiming die Vermeend heeft aangebracht doet daar in ieder geval niets aan af.

De verruiming houdt in dat de vrijstelling nu ook geldt als de sportvereniging de kantine openstelt tijdens sportieve activiteiten van derden (bijvoorbeeld andere [sport]verenigingen), waartoe zij door de eigenaar of verhuurder van de accommodatie (bijvoorbeeld de gemeente) verplicht kan worden. Volgens de voormalige regeling zouden de kantine-inkomsten dan wel belast moeten worden. Het onderscheid tussen de inkomsten gedurende de verenigingsactiviteiten en die tijdens de activiteiten van derden, is echter niet te maken. Door de kantineregeling nu ook beperkt van toepassing te laten zijn op de "verplichte" activiteiten van derden, wil Vermeend voorkomen dat de kantine-opbrengsten van sportverenigingen toch belast worden.

Het Bedrijfschap Horeca & Catering heeft er bij het Ministerie van Financiën met klem op aangedrongen de verruiming niet onbeperkt te laten zijn, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Dat heeft er in geresulteerd dat in de nieuwe regeling de beperking is opgenomen dat de openstelling voor sportactiviteiten van derden ten hoogste twaalf maal per jaar mag plaatsvinden. Andere voorwaarden die aan de openstelling zijn verbonden, zijn onder andere de beperkte openingstijden en de verplichting dat de sportactiviteiten verband moeten houden met de sport die de vereniging zelf beoefent. Ook bij overtreding van bovenstaande voorwaarden valt de sportvereniging onder de heffing voor de vennootschapsbelasting.

Vestigingswet/Drank- en Horecawet
Met ingang van 1 januari 1996 is de nieuwe Vestigingswet in werking getreden. Hierdoor diende per die datum tevens een aantal aanverwante wetten gewijzigd te worden, waaronder de Drank- en Horecawet. Omdat het foldermateriaal van het Bedrijfschap Horeca alsmede van het Ministerie van Economische Zaken niet speciaal gericht is op kantines van sportverenigingen, volgt hieronder een nadere specifieke toelichting.

De Vestigingswet beschouwt in principe iedere activiteit die plaatsvindt in het economisch verkeer als een basisbedrijf. Dit geldt echter niet voor een kantine waar alleen maaltijden, spijzen, alcoholvrije dranken en voorverpakte goederen zoals snoepgoed en dergelijke worden verkocht, waarbij de voorverpakte verkoop niet meer dan 5% uitmaakt van de totale omzet. Een dergelijke kantine komt niet in aanraking met de Vestigingswet, noch met de Drank- en Horecawet en hoeft dus geen vergunningen aan te vragen. Indien in zo'n kantine vóór 1 januari 1996 de verkoop van voorverpakte goederen meer dan 5% uitmaakte van de totale omzet en zulks ook na die datum het geval zal zijn, dan kan op basis van "historische rechten" ontheffing worden verleend met betrekking tot een Vestigingsvergunning.

Met betrekking tot een vóór 1 januari 1996 bestaande (schiet)sportkantine waar alcoholhoudende dranken worden verstrekt en die op die datum in het bezit was van een Drank- en Horecavergunning verandert er niets. De Drank- en Horecavergunning geldt in dit geval per 1 januari 1996 tevens als Vestigingsvergunning.

Daar aangenomen mag worden dat alle bestaande (schiet)sportkantines per 1 januari 1996 op basis van het daarvoor geldende Drank- en Horecaregime in het bezit waren van een Drank- en Horecavergunning die overeenkomt met de feitelijke situatie, hebben de wijzigingen in de Vestigingswet en de Drank- en Horecawet dus geen consequenties voor (schiet)sportverenigingen met een dergelijke kantine.

Voor zo'n sportkantine wijzigt er echter wel wat, indien:

  • de op de Drank- en Horecavergunning genoemde bedrijfsleider is gewijzigd na 1 januari 1996. Er dient dan een nieuwe Drank- en Horecavergunning aangevraagd te worden en de daarop te vermelden bedrijfsleider moet beschikken over het diploma "Sociale hygiëne". Voorts moet een Vestigingsvergunning worden aangevraagd. De bedrijfsleider (de Vestigingswet spreekt van "leidinggevende"; bij een toekomstige wijziging van de Drank- en Horecawet wordt dit begrip ook daarin opgenomen), moet hiervoor beschikken over het diploma "Algemene Ondernemersvaardigheden". Bovendien dient de nieuwe bedrijfsleider ingeschreven te staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, hetzij als bestuurslid van de vereniging, hetzij als gevolmachtigde om de kantine te exploiteren. Overigens is het voor de Vestigingswet, in tegenstelling tot de Drank- en Horecawet, niet van belang of de bedrijfsleider steeds aanwezig is in de kantine. Eén bedrijfsleider kan dus meerdere kantines exploiteren;

  • (één van) de op de Drank- en Horecavergunning genoemde beheerder(s) is gewijzigd na 1 januari 1996. De Drank- en Horecavergunning maakt nu nog onderscheid tussen bedrijfsleiders en beheerders. In de praktijk is het gebruikelijk dat op de Drank- en Horecavergunning naast een bedrijfsleider meerdere beheerders vermeld staan. Het is namelijk veelal onmogelijk dat de bedrijfsleider altijd aanwezig is en zodoende kan toch worden voldaan aan de eis van de Drank- en Horecawet dat er altijd iemand in de kantine aanwezig moet zijn die op de Drank- en Horecavergunning staat vermeld. (Bij een toekomstige wijziging van de Drank- en Horecawet wordt het begrip "leidinggevende" ingevoerd, waaronder dan zowel de bedrijfsleider als de beheerder worden verstaan. Iedereen die op de Drank- en Horecavergunning staat vermeld is dan automatisch een leidinggevende. De eis dat tenminste één leidinggevende in de kantine aanwezig moet zijn, blijft bestaan).

Indien na 1 januari 1996 een nieuwe beheerder op de Drank- en Horecavergunning geplaatst moest worden, dient deze over het diploma "Sociale hygiëne" te beschikken. Voor de andere op de Drank- en Horecavergunning vermelde personen, zowel de bedrijfsleider als de overige beheerders, verandert er niets. Ook hoeft in dit geval geen Vestigingsvergunning aangevraagd te worden.

Indien een vóór 1 januari 1996 bestaande (schiet)sportkantine na deze datum is of wordt verplaatst naar een andere plek, verandert er niets (geen Vestigingsvergunning, noch een nieuwe Drank- en Horecavergunning) mits de personen die op de Drank- en Horecaver-gunning staan genoemd ook na de verplaatsing dezelfde blijven. Wel zal de nieuwe kantine in het kader van andere bepalingen uit de Drank- en Horecawet gecontroleerd worden of deze voldoet aan de zogenaamde inrichtingseisen.

Een (schiet)sportvereniging die na 1 januari 1996 een kantine wil vestigen dient te beschikken over zowel een Vestigingsvergunning als een Drank- en Horecavergunning. Indien het gaat om een kantine waar geen alcohol wordt geschonken, maar wel voorverpakte goederen worden verkocht waarvan de verkoop meer dan 5% van de totale omzet bedraagt, dient een Vestigingsvergunning te worden aangevraagd. Voor de Vestigingsvergunning dient de leidinggevende te beschikken over het diploma "Algemene Ondernemersvaardigheden" en dient hij in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te worden ingeschreven. Voor de Drank- en Horecavergunning dienen alle personen (= leidinggevenden) die op de vergunning vermeld worden, te beschikken over het diploma "Sociale hygiëne".

Bovenstaande heeft alleen betrekking op kantines die in eigen beheer door een (schiet)sportvereniging worden geëxploiteerd. Beschikt een (schiet)sportvereniging over een verpachte kantine, dan geldt het bovenstaande niet voor de (schiet)sportvereniging, maar voor de pachter.

Indien er voor uw vereniging, als gevolg van bovengenoemde Wetswijzigingen, iets verandert, kunt u voor de vereiste opleidingen contact opnemen met de Stichting Horeca Onderwijs, Postbus 1161, 4801 BD BREDA, telefoon 076-5710078, telefax 076-5717373.

Sport- en Vrijwilligerskrant NOC*NSF
In het kader van het project "Vrijwilligers in de sportvereniging" (VIS) is in november 1996 door NOC*NSF de "Sport- en Vrijwilligerskrant uitgebracht. Een eerdere versie hiervan werd, als bijlage bij de ledenlijst, reeds aan de besturen van de bij de KNSA aangesloten schietsportverenigingen toegezonden. Een evaluatie van de inhoudelijke en organisatorische opzet van dit initiatief door NOC*NSF heeft geleid tot de vaststelling dat een dergelijke uitgave niet alleen voorziet in een belangrijke behoefte van veel verenigingen, maar dat de krant ook goed aansluit bij verenigingsondersteunende initiatieven van (schiet)sportorganisaties. Een en ander heeft ertoe geleid dat de "Sport- en Vrijwilligerskrant" regelmatig zal uitkomen. Een exemplaar van deze krant treft u als bijlage bij dit bulletin aan.

Algemene Vergadering KNSA 1998
Op 28 maart jl. is gehouden de Algemene Vergadering van de KNSA te Leusden. Wij geven u hierbij een overzicht van een aantal besluiten dat daar is genomen.

1. Vaststelling contributie-afdracht 1999 en entreegelden. De contributie-afdracht 1999 is gehandhaafd gebleven en dat betekent:

Hoofdlid

: f 45,00

Gezinslid

: f 35,00

Juniorlid-A

: f 22,50

Juniorlid-B

: f 12,50

Juniorlid-C

: f 12,50


De Algemene Vergadering heeft voorts besloten de entreegelden van
f 25,00 te verhogen naar f 50,00. Deze verhoging is ingegaan op 1 mei jl.

2. Er is in het KNSA-Schiet- en Wedstrijdreglement een groot aantal wijzigingen door de Algemene Vergadering bekrachtigd. Deze wijzigingen zijn van toepassing op deel I, "Algemene Bepalingen", en deel V, "Trap, Skeet en Double Trap". Aan diegenen die beschikken over een abonnement op het KNSA-Vademecum wordt van deze wijzigingen binnenkort een supplement toegezonden. Diegenen die nog niet over een Vademecum en/of een abonnement daarop beschikken, adviseren wij dat alsnog te doen.

3. De Algemene Vergadering heeft op een aantal punten de Statuten gewijzigd. Zo is besloten dat geen landelijke Kascommissie meer wordt benoemd zolang de jaarrekening door een accountant wordt gecontroleerd. Voorts is in het Huishoudelijk Reglement toegevoegd een artikel dat bepaald dat het recht tot gebruik van het beeld-, woordmerk of logo slechts is voorbehouden aan het bestuur van de KNSA. Zowel de Statuten als ook het Huishoudelijk Reglement maken onderdeel uit van eerdergenoemd KNSA-Vademecum.

4. Wijziging bestuurssamenstelling. De heer drs. Molhuysen en mevrouw Zoetmulder, beiden deel uitmakend van het Dagelijks Bestuur, zijn afgetreden. Daarvoor in de plaats zijn gekomen twee nieuwe Dagelijks-Bestuursleden, te weten de heer J. van Vliet, tevens zijnde voorzitter van District VII en woonachtig in Capelle a/d IJssel, en de heer A.G. Brood die reeds eerder deel heeft uitgemaakt van het Dagelijks Bestuur, woonachtig in Duivendrecht.

Gelooft u

  • dat er na alles wat daarover is geschreven en gezegd, nog steeds bestuurders zijn die voorgeven niet te weten dat zij alle schutters bij de KNSA moeten aanmelden?

  • dat dat ook geldt voor schutters die bij een andere KNSA-vereniging lid zijn, al hoeft daarvoor dan geen afdracht te worden betaald?

  • dat wij, wanneer ons deze nalatigheid gemeld wordt tegen zo'n vereniging maatregelen nemen, desnoods resulterend in royement?

  • dat wij dat doen omdat wij maar liever wat minder leden hebben, maar die dan wel eerlijk zijn tegenover ons, dan te blijven doorgaan met verenigingen die ons financieel te kort doen?

  • dat er nog steeds bestuurders zijn die niet beseffen welke verantwoordelijkheid zij op zich nemen als zij op een WM-3 formulier aangeven dat de aanvrager van een verlof voldoende bekwaamheid in de omgang met vuurwapens heeft en dat het wapen dat hij voorhanden wil hebben zal worden aangewend voor een schietsportdiscipline die in het verband van de vereniging kan worden beoefend?

  • dat niet kan worden volstaan met het aangeven van een wapengroep, maar dat nauwkeurig moet worden aangegeven welke schietsportdiscipline de aanvrager gaat beoefenen?

  • dat een sportschutter eerst een tak van schietsport kiest en dan pas denkt over de aanschaf van het daarvoor benodigde wapen en niet omgekeerd?

  • dat een verlof voor het voorhanden hebben van een Casull .454 alleen kan worden afgegeven voor het silhouet-schieten en dat een vereniging die verklaart dat deze tak van schietsport bij haar wordt beoefend, moet kunnen beschikken over tenminste een 100-meter-baan?

U kunt het maar beter geloven!