< Terug  
   
 

Bestuursbulletin Jaargang 7

2004

Oktober

Editienr.: 40

Met de nieuwe Circulaire toont Minister vertrouwen in KNSA
Een nieuwe Circulaire wapens en munitie (Cwm) stond al enige tijd op stapel. Als gevolg van een aantal dramatische incidenten in de afgelopen tijd, is de opstelling van die nieuwe Circulaire - mede onder grote politieke druk - in een stroomversnelling geraakt. Het Ministerie van Justitie heeft inmiddels een concept van deze Circulaire naar de van toepassing zijnde belanghebbenden gezonden, zoals de wapenverzamelaars, de wapenhaldel, de politie en de KNSA. De Circulaire moet per 1 maart 2005 in werking treden. Dit concept is niet openbaar en het is niet gebruikelijk daarover naar buiten te treden. Het is aan de belanghebbende organisaties toegezonden ter consultatie en het Ministerie gaat ervan uit, en mag daar ook van uitgaan, dat de besturen van die organisaties weten hoe zij de belangen van hun achterban moeten behartigen.

Aangezien de Circulaire zich op dit moment nog in een concept-fase bevindt, is het niet alleen onmogelijk maar ook onverstandig om daaruit in dit stadium te citeren. Desondanks blijkt toch dat delen van de Circulaire "op straat" zijn beland. Het is niet bekend wie daarvoor verantwoordelijk is. Ter voorkoming van onrust en indianenverhalen, heeft het bestuur van de KNSA daarom besloten toch het initiatief te nemen en over de ontwikkeling van deze Circulaire te publiceren. Daarover heeft ook overleg met het Ministerie van Justitie plaatsgevonden.

Veranderingen
Dat er ten opzichte van de voorgaande Circulaire, veranderingen optreden zal niemand verbazen. De KNSA is wel van mening dat het concept zoals dat nu is opgesteld, de beoefening van de schietsport in Nederland nog uitstekend mogelijk maakt. Desondanks wordt die beoefening wel aan meer regels onderworpen. Voor sommigen kunnen dat ingrijpende wijzigingen zijn, maar voor velen zijn zij begrijpelijk en ook al in overeenstemming met de praktijk.

Zo zal het advies van de KNSA aan haar verenigingen om registratie bij te houden van de uitgifte van munitie en verenigingswapens, niet louter een advies zijn maar is Justitie voornemens die registratie verplicht te stellen. Het kan ook zijn, dat de opslag van vuurwapens bij particulieren en verenigingen aan extra eisen wordt onderworpen; daarover wordt nog overleg gevoerd. De lijst met ongewenste wapens zal worden uitgebreid, maar ook dat is nog onderwerp van gesprek en het uitgangspunt van de KNSA zal in ieder geval zijn dat degenen die reeds over een dergelijk wapen beschikken, in een nieuwe regelgeving worden ontzien.

Verplichte opslag wapens bij vereniging van de baan
De belangrijkste constatering voor de bestuur van de KNSA is dat de maatregelen die in april van dit jaar door verscheidene politici werden voorgesteld, grotendeels van tafel zijn. De KNSA is erin geslaagd zowel politici als het Ministerie van Justitie ervan te overtuigen dat een aantal van die voorgestelde maatregelen in de praktijk onuitvoerbaar zijn, maar vooral ook geen oplossing voor de problemen bieden. Zo is de verplichte opslag van alle vuurwapens bij verenigingen van de baan.

Een belangrijke wijziging die de Minister voornemens is in te voeren, betreft de verstrekking van verloven aan zowel particulieren als verenigingen. De Minister is voornemens het KNSA-lidmaatschap voor schiet- verenigingen verplicht te stellen voor de verstrekking van verenigingsverloven en het gebruik van verenigings- wapens. Hij is tevens voornemens het verstrekken van een privé-verlof (WM4) te verbinden aan niet alleen het u bekend zijnde minimumaantal schietbeurten en het lidmaatschap bij een schietvereniging, maar bovendien aan het overleggen van een geldige KNSA-schutters- licentie. Voor het overgrote deel van de schiet- verenigingen en sportschutters in Nederland verandert er dan niets. Immers, de meeste schietverenigingen in Nederland zijn reeds bij de KNSA aangesloten.

Vertrouwen Minister in KNSA
Het bestuur van de KNSA is zich er terdege van bewust dat deze maatregel een grote verantwoordelijkheid voor de KNSA met zich meebrengt. Het KNSA-bestuur gaat die verantwoordelijkheid niet uit de weg. Het zal wel betekenen dat de KNSA nog meer en nog nauwkeuriger de aanvragen voor het KNSA-lidmaatschap zal toetsen aan de richtlijnen daarvoor. Richtlijnen die aangescherpt zullen worden. Tegelijkertijd getuigt deze maatregel van een groot vertrouwen dat de Minister van Justitie heeft in de KNSA als landelijke schietsportorganisatie. Een vertrouwen dat is opgebouwd in de vele jaren dat de KNSA de belangen voor de schietsport in Nederland behartigt.

Verenigingen en sportschutters dienen er rekening mee te houden dat het lidmaatschap bij schietverenigingen aan strengere regelgeving wordt onderworpen. De KNSA overlegt met het Ministerie van Justitie over de afgifte van een Verklaring omtrent het Gedrag. De afgifte van deze verklaring geschiedt niet meer door de Burgemeesters, maar door het Ministerie van Justitie. De KNSA is voornemens deze Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) bij de aanmelding van schutters door verenigingen verplicht te stellen. Voorwaarde is dan wel, en zo is dat ook met het Ministerie van Justitie besproken, dat de afgifte van die verklaring geschiedt op grond van dezelfde normen die gelden voor de afgifte van een Verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen. Het kan immers niet zo zijn, dat leden van schietverenigingen een VOG krijgen terwijl na een jaar blijkt dat geen Verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen wordt afgegeven, op grond van een strafrechtelijk verleden dat de betrokkene heeft.

KNSA-certificeringssysteem
De beslissing van de Minister houdt ook verband met de invoering van het KNSA-certificeringssysteem. Een systeem waarmee de KNSA beoogt de kwaliteit van haar verenigingen te verbeteren. Een systeem ook dat bij niet alleen de Minister van Justitie, maar ook bij de Staatssecretaris van Sport, met groot enthousiasme is ontvangen en waarop de Staatssecretaris met de volgende woorden reageerde:

"Het gaat hier om plannen die ertoe moeten leiden dat de bij uw organisatie aangesloten verenigingen gecertificeerd worden teneinde aan zekere kwaliteitseisen te voldoen. Eisen die betrekking hebben op sport- inhoudelijke zaken, zoals opgeleid kader, maar ook op een goede toepassing van relevante regelgeving, zoals de Wet wapens en munitie, Milieu-, Drank- en Horeca- wetgeving, en dergelijke. Ik acht een en ander vooral van belang in het licht van de huidige maatschappelijke discussie over wapenbezit en het gebruik ervan en de positie van schietverenigingen daarin. Met uw plannen voor de certificering van de reeds aangesloten schiet- verenigingen en de mogelijke ontwikkeling in de richting van dat de niet-aangesloten verenigingen zich verplicht bij uw organisatie zouden moeten gaan aansluiten, wordt naar mijn mening niet alleen de kwaliteit van de beoefening van de schietsport gediend, maar zal zeker een positieve bijdrage geleverd kunnen worden aan een veiliger samenleving."

Aldus de Staatssecretaris.

Het KNSA-bestuur zal zijn leden en aangesloten schutters tijdig informeren wanneer de Circulaire definitief is en wanneer die in werking treedt, alsmede welke gevolgen dat voor de sportschutterij heeft.