< Terug  
   
 

Bestuursbulletin Jaargang 3

2000

Juli

Editienr.: 10

Bondsbureau gesloten in week 30
In verband met de vakantieperiode en de geringe drukte in die tijd op het bondsbureau, zal het bondsbureau te Amersfoort in de periode van maandag 24 tot en met vrijdag 28 juli 2000 gesloten zijn. Op maandag 30 juli zijn onze medewerkers u wederom gaarne van dienst; het bureau is dan weer normaal bereikbaar vanaf 08.30 uur. Wij hopen op uw begrip hiervoor.

Sport Medische Adviescentra worden Sport Medische Instellingen
De Federatie van SportMedische Adviescentra (SMA's) heeft haar naam gewijzigd in "Federatie van SportMedische Instellingen (SMI's). Ook de adresgegevens zijn gewijzigd als volgt:

Federatie van SMI's
Postbus 52, 3720 AB BILTHOVEN
Prof. Bronkhorstlaan 10, 3723 MB BILTHOVEN
tel. 030-2252290
fax. 030-2252498
e-mail: bsn@xs4all.ni

De volgende SportMedische Instellingen zijn inmiddels toegevoegd als erkende instellingen van de Federatie van SMI's:

Naam

Adres

Telefoonnr.




Dependance SMA GGD Fitzorg Vlaardingen

Lierweg 24-D, 2678 CW DE LIER

0174-511126

SMA Midden-Holland Gebouw Commit-ARBO

Thorbeckelaan 5, 2805 CA GOUDA

0182-535225

SMA Maastricht

Stadionplein 46, 6225 XW MAASTRICHT

043-3623751

Dependance SMA Utrecht (Locatie Medicort) Medicort

Amsterdamsestraatweg 753, 3555 HH UTRECHT

030-2443324

SMA Zeeland Gebouw Arbo Unie Zeeland

Hermesweg 21, 4382 ND VLISSINGEN

0118-640700

Voor de volledige lijst van alle overige SMI's verwijzen wij u naar de publicatie in het KNSA-Bestuurs-informatie- bulletin, uitgave januari 2000.

Arbo-Check (ver)plicht voor verenigingen
Zoals u wellicht bekend, vallen bedrijven onder de Arbeidsomstandighedenwet, of kortweg de Arbo-wet. Misschien minder bekend is het feit dat ook vrijwilligers- organisaties en dus ook (schiet)sportverenigingen onder deze wet vallen. Dit betekent dat de vereniging verplicht is tot het uitvoeren van een zogenaamde risico- inventarisatie en –evaluatie. De Arbo-wet geldt dus voor iedere werkgever en werknemer in Nederland. Voor deze wet is ook een sportvereniging een werkgever. De Arbo-wet hanteert namelijk een hele ruime omschrijving van het begrip werkgever. Iedereen die een ander werk voor zich laat verrichten is werkgever. Deze omschrijving is zo ruim, dat u zelfs al 'werkgever' bent als uw buurman u helpt een schutting om uw tuin te bouwen. Daarom vallen ook organisaties die met vrijwilligers werken onder de Arbo-wet (zie ook onze bulletins van januari en oktober 1999). En dat is ook niet zo gek. Want is het niet een vanzelfsprekendheid dat het bestuur als werkgever oog heeft voor de gezondheid en het welzijn van de voor de vereniging zo belangrijke vrijwilligers?

Aan dat 'werkgeverschap' worden ook geen enkele wettelijke eisen gesteld, onder meer de verplichting om een risico-inventarisatie en – evaluatie uit te voeren. Dit is een onderzoek, ook wel Arbo-check geheten, dat de gevaren op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn binnen de organisatie in kaart brengt. De Arbo- check heeft betrekking op zaken als: de veiligheid van gebouwen en terreinen, EHBO-voorzieningen, werktijden, lichamelijke belasting (bijvoorbeeld tillen van zware voorwerpen), voorkomen van ongewenst gedrag (agressie, geweld, discriminatie en seksuele intimidatie), werken met gevaarlijke materialen en stoffen en dergelijke. Op basis van dit onderzoek worden actiepunten opgesteld en wordt aangegeven wanneer en door wie de verbeteringen worden uitgevoerd. Bij Arbo-check hoort dus ook een plan van aanpak.

De Arbo-check kan door de verenigingen zelf worden uitgevoerd. Om u daarbij te helpen is onlangs door TNO-arbeid een speciale checklist voor sportverenigingen ontwikkeld. Deze checklist kan, samen met de informatie- brochure "Goede arbeidsomstandigheden: óók een zaak voor vrijwilligers!" gratis worden besteld bij ons bondsbureau. Normaal gesproken moeten bedrijven en instellingen deze risico-inventarisatie en –evaluatie laten toetsen door een Arbo-dienst. Vrijwilligersorganisaties die hoogstens 40 uur per weekbetaalde arbeid verrichten zijn hiervan echter voorlopig vrijgesteld. In sommige gevallen is het toch aan te bevelen de deskundige hulp van een Arbo-dienst in te schakelen, bijvoorbeeld in het geval er met gevaarlijke materialen en/of stoffen wordt gewerkt. Daarbij moet bedacht worden dat een bestuur niet alleen verantwoordelijk is voor de gezondheid en het welzijn van de vrijwilligers, maar ook van de sporters en eventuele toeschouwers.

De arbeidsinspectie kan controleren of een vereniging een risico-inventarisatie of –evaluatie heeft uitgevoerd en een plan van aanpak heeft opgesteld. Verenigingen die niet aan deze verplichtingen voldaan hebben, lopen het risico een boete te krijgen. Een bestuur dat hier serieus werk van maakt en maatregelen treft om de risico's te beperken, loopt aanzienlijk minder kans aansprakelijk gesteld te worden indien zich onverhoopt een ongeval of ander ernstig incident voordoet. Blijft een bestuur in gebreke, dan zijn de consequenties niet te overzien. Maar de belangrijkste reden voor een goed arbeidsomstandig- hedenbeleid is natuurlijk dat u zich als bestuur bekommert om de veiligheid en het welzijn van uw vrijwilligers. De Arbo-check is daarom niet alleen ene wettelijke verplichting, maar vooral een plicht tegenover al die mensen die zulk waardevol werk voor de vereniging verrichten.

Voor meer informatie over dit onderwerp verwijzen wij u naar de Sport en Vrijwilligerskrant, editie 2, 1999 en de NOV-brochure "Goede arbeidsomstandigheden: óók een zaak voor vrijwilligers!".

De Arbo-brochure en Arbo-check zijn verkrijgbaar bij het bondsbureau van onze Associatie.

Nieuwe Drank- en Horecawet
In vervolg op ons informatie-bulletin uitgave april 2000, informeren wij u dat de Eerste Kamer op 11 april jl. heeft ingestemd met de wijzigingsvoorstellen van de Drank- en Horecawet. De nieuwe wet zal naar verwachting in het najaar in werking treden; de precieze datum is nog niet bekend. Zoals bekend, heeft Minister Borst de alcohol- branche opgelegd om een nieuwe aangescherpte alcoholcode op te stellen. In die code voor alcohol- houdende dranken zijn afspraken over het gebruik van alcoholreclame en sponsoring, ook van sport- evenementen, vastgelegd. Recent hebben de minister en de alcoholbranche overeenstemming bereikt over een nieuwe code. Hierin is vooral de alcoholreclame gericht op jongeren, sterk aan banden gelegd. Ook de zogenaamde "happy hours" zullen worden beperkt. De sponsoring van sportevenementen door alcoholproducenten (Amstel Gold Race, Heineken Trophy, e.a.) blijft toegestaan.

Wat betekent nu de nieuwe Drank- en Horecawet voor de (schiet)sport?

  • In plaats van bedrijfsleider en beheerder, spreekt met in de wet voortaan van leidinggevende. Leidinggevenden moeten tenminste 21 jaar zijn, ze moeten voldoen aan de eisen van zedelijk gedrag en moeten beschikken over de verklaring Sociale Hygiëne.

  • Per (schiet)sportvereniging moeten ten hoogste twee leidinggevenden beschikken over de verklaring Sociale Hygiëne. Zij moeten als zodanig op de vergunning vermeld staan.

  • Op de tijden dat er in de sportkantine alcohol wordt geschonken, moet er ofwel één van beide leiding- gevenden aanwezig zijn, ofwel een barvrijwilliger die de korte instructie verantwoord alcohol- gebruik heeft gevolgd. Zowel leidinggevende als barvrijwilliger tellen als gekwalificeerde personen. De vereniging houdt een registratie bij van deze geïnstrueerde barvrijwilligers.

  • Verder moet het bestuur van een (schiet)sport- vereniging een bestuursreglement opstellen, dat verantwoorde alcoholverstrekking waarborgt. Huis- en gedragsregels, schenktijden en de kwalificatie- eisen voor barvrijwilligers maken deel uit van zo'n bestuursreglement. De registratie van geïnstrueerde barvrijwilligers moeten bij het bestuursreglement zijn gevoegd.

Wat kunt u als (schiet)sportvereniging doen?

1. Verklaring Sociale Hygiëne

Kijk eerst uw Drank- en Horecavergunning na; wanneer is de vergunning afgegeven en op welke naam (persoon) staat de vergunning?

  • Als er na 1 januari 1996 in het beheer van uw sportkantine niets is veranderd, dat wil zeggen dat de persoon die op de vergunning staat nog steeds actief is in de kantine, dan blijft uw vergunning geldig en hoeft de beheerder geen verklaring Sociale Hygiëne te halen.

  • Is de betreffende persoon geen lid meer van de vereniging of niet meer actief in de kantine, dan moet u bij de Gemeente een nieuwe Drank- en Horecavergunning aanvragen. Op die vergunning moeten dan minimaal twee leidinggevenden vermeld worden die in het bezit zijn van de verklaring Sociale Hygiëne.

Als gevolg van de wijziging van de wet, zullen ook Gemeenten kritischer naar de (oude) vergunningen gaan kijken. Als uw vergunning niet meer klopt, dan zal de Gemeente u daar mogelijk ook op wijzen.

Ga na wie bij uw vereniging de leidinggevenden (voorheen bedrijfsleider of beheerder) willen en kunnen zijn en of zij beschikken over de verklaring Sociale Hygiëne. Als er mensen zijn die de verklaring Sociale Hygiëne moeten halen, bespreek dan hoe zij dat willen doen. Heeft men de verklaring op korte termijn nodig, dan kan men een cursus volgen bij een opleidingsinstituut, of kiezen voor zelfstudie. Men kan vier keer per jaar het examen Sociale Hygiëne doen.

U kunt ook wachten op de sportspecifieke training en examen (op één dag) die NOC*NSF momenteel voorbereidt. Op 17 juni jl. heeft NOC*NSF een proef uitgevoerd met een regionale aanpak in samenwerking met de provinciale sportraad en gemeenten in Zuid- Holland en Groningen. Naar verwachting kan deze opzet in het najaar ook in andere regio's worden aangeboden.

2. Bestuursreglement en instructie barvrijwilligers

NOC*NSF start in het najaar met de ontwikkeling van een model bestuursreglement en model instructie voor bar- vrijwilligers. Zij doet dit in nauwe samenwerking met het Ministerie van VWS. Omdat het om wettelijke verplichtingen gaat, moet het Ministerie beide elementen namelijk goedkeuren. U zult op de hoogte worden gehouden van de voortgang door onze Associatie, de provinciale sportraad of door NOC*NSF.

Op dit moment bent u nog niet verplicht om een bestuursreglement te hebben of uw barvrijwilligers te instrueren. U kunt wel alvast nadenken over hoe u in uw vereniging wilt en kunt omgaan met verantwoord alcoholgebruik. Zodra de bovengenoemde modellen gereed zijn (eind 2000) hoort u vanzelf hoe uw vereniging hiervan gebruik kan maken. Wij adviseren u hierop te wachten.

Indien u nog vragen heeft over dit onderwerp, kunt u contact opnemen met het bondsbureau van de KNSA of met de provinciale sportraad.

Paracommercialisme
Ook over dit onderwerp bent u eerder door ons geïnformeerd (o.a. in de bulletins van oktober 1999 en april 2000) en wij geven u hieronder een overzicht van de huidige stand van zaken rondom de overeenkomsten paracommercialisme.

In 1982/1982 zijn tussen NOC*NSF en 27 sportbonden enerzijds en het Bedrijfschap Horeca anderzijds, over- eenkomsten gesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop verenigingen hun kantine mogen exploiteren. Op grond hiervan zijn de bij NOC*NSF aangesloten sportverenigingen gehouden zich te onthouden van commerciële horeca-activiteiten. De wetgever heeft dit systeem van zelfreguleringsovereen- komsten naderhand verwerkt c.q. meegenomen in een wijziging van de Drank- en Horecawet (met ingang van 1 juni 1991).

Sindsdien verbinden Burgemeester en Wethouders bij paracommerciële instellingen aan de drankvergunning één of meer voorschriften die, gelet op de plaatselijke of regionale omstandigheden, nodig zijn ter voorkoming van mededinging door het verstrekken van alcoholische drank welke uit een oogpunt van ordelijk economisch verkeer als onwenselijk moet worden beschouwd. B&W kan dat echter niet als de betrokken vereniging is aangesloten bij een bond die de overeenkomst met het Bedrijfschap heeft ondertekend. Dan gelden de afspraken paracommer- cialisme.

Behalve dit voordeel van landelijk uniforme afspraken voor betrokken sportbonden en hun verenigingen, zijn er nog twee andere voordelen: volgens een resolutie van het Ministerie van Financiën worden sportverenigingen op wie deze zelfreguleringsovereenkomsten van toepassing zijn, in beginsel niet vennootschapsbelastingplichtig geacht. Dit betekent dat op hen minder snel een vpb-toets zal worden uitgevoerd. Bovendien impliceert niet-vpb- plichtigheid tevens dat dan ook in beginsel verenigings- bestuurders niet hoofdelijk aansprakelijk zijn in privé voor verenigingsschulden.

Het moge duidelijk zijn dat NOC*NSF en wij als betrokken landelijke sportbond zeer hechten aan de verworvenheden uit deze overeenkomsten. Wij zijn er dan ook niet over te spreken dat het Bedrijfschap - gedwongen door een interne takendiscussie op instigatie van de Koninklijke Horeca Nederland, als belangrijkste werkgeversgeleding - de overeenkomsten bij brieven van 22 maart jl. eenzijdig zonder overleg en zonder overgangstermijn heeft opgezegd. Bovendien heeft de Koninklijke Horeca Nederland die binnen het Bedrijfschap de bestrijding van paracommercialisme naar zich toe heeft getrokken, reeds vanaf begin dit jaar de stichting Bevordering Eerlijke Mededinging in het leven geroepen als meldpunt voor klachten over "illegale" activiteiten in sport- en andere verenigingskantines. Het meldpunt schrijft zeer agressief verenigingen/bonden, gemeenten, politie en belastingdienst aan in geval van gesignaleerde klachten. De gegrondheid van deze klachten is echter regelmatig dubieus, het betreft bovendien een verhoudingsgewijs gering aantal sportverenigingen op het totale aantal klachten, en ook overigens wijkt de handelwijze van de BEM volledig af van de zorgvuldige met het Bedrijfschap afgesproken klachtenafhandelingsprocedure.

NOC*NSF heeft, mede namens betrokken bonden, deze opzeggingen betwist. Deze betwisting betekent - nu deze overeenkomsten voor onbepaalde tijd zijn aangegaan zonder dat sprake is van een opzeggingsclausule - dat de sport zonodig voor de rechter de nietigheid van deze opzeggingen kan inroepen. Op zijn minst zal dan een redelijke overgangstermijn (1 à 2 jaar) moeten worden geboden. Intussen zoeken NOC*NSF en de bonden naar wegen om bij voorkeur de door de overeenkomsten gecreëerde situatie te handhaven, respectievelijk naar andere aanvaardbare alternatieven als next-best- oplossing. Tegelijk is aan het Bedrijfschap Horeca en aan de Koninklijke Horeca Nederland medegedeeld, dat de sport alleen met het Bedrijfschap Horeca overeenkomsten is aangegaan, en dat mitsdien de BEM voor ons geen gesprekspartner is. Ontvangt u brieven van de BEM, dan verzoeken wij u deze retour afzender te zenden, nadat een kopie hiervan is gemaakt die u naar het bondsbureau zendt, via welke het NOC*NSF centraal een inventarisatie behoudt.

Publicaties in diverse media, doorgaans van de zijde van de horeca ("sportkantines vogelvrij") wekken wellicht de indruk dat als gevolg van de geschetste ontwikkelingen op dit moment reeds hele andere regels zijn gaan gelden voor de exploitatie van de kantine, dan sinds jaar en dag golden. Met nadruk wijzen wij u erop dat dit niet het geval is. Met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is hierover ook reeds contact geweest. Op daar ontvangen vragen van gemeenten over de opzegging wordt steevast geadviseerd nog steeds uit te gaan van de overeenkomsten.

Ook u moet er derhalve vanuit gaan, dat de bestaande regels nog immer van kracht zijn. Dit betekent voor de exploitatie van de kantine door een vereniging zelf (dus niet wanneer die commercieel verpacht is want dan gelden de regels voor de reguliere horeca), dat:

  • de verenging zich dient te onthouden van commerciële horeca-activiteiten, zoals recepties bij bruiloften, verjaardagen, personeelsdagen voor bedrijven of andere feesten welke te maken hebben met de persoonlijke levenssfeer. Een en ander ongeacht de vraag of betrokken personen lid van de vereniging zijn of niet;

  • de kantine noch de inventaris (zoals meubilair en serviesgoed) verhuurd of ter beschikking gesteld mogen worden aan derden;

  • de verstrekking van consumpties in de kantine aan niet bij de sportvereniging aangesloten personen uitsluitend geschiedt van één uur vóór en tijdens tot één uur na het wedstrijdgebeuren, respectievelijk de trainingsuren;

  • ook tijdens verenigingsactiviteiten zoals een kaartavond, een sluitfeest bij het einde van het seizoen of een activiteit voor de jeugd, de kantine geopend mag zijn. Dergelijke activiteiten zijn enkel toegankelijk voor leden, partners van leden en geregistreerde donateurs.

In het belang van de sport, verzoeken wij u derhalve dringend ervoor te zorgen dat uw vereniging zich houdt aan de overeengekomen sluitingstijden, en dat de vereniging zich onthoudt van activiteiten in sportkantines die zich niet verdragen met de overeenkomsten afgesloten met het Bedrijfschap Horeca.

Wij hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en zodra er sprake is van significante wijzigingen in de situatie, zullen wij u nader berichten.